+31 88 262 44 00 info@ergo2go.nl

Winkelwagen

U hebt niets in uw winkelwagen.

Producten voor een gezonde werkplek. Gegarandeerd de laagste prijs! Voor 17.00 uur besteld, morgen gratis bezorgd

Ergonomisch advies

Ergo2Go is de ideale partners voor bedrijven en particulieren die op zoek zijn naar ergonomische producten als ergonomische muizen, ergonomische toetsenborden, monitorarmen, laptopstandaards, tabletstandaards, en andere ergonomische accessoires.
De adviseurs van Ergo2Go hebben gemiddeld ruim 20 jaar ervaring op het gebied van Informatie technologie en kantoorergonomie. Vanuit deze ervaring geven wij u graag ook Ergonomisch advies!

Ergonomisch advies - Ergo2Go


"Dat gehannes met de muis is anders een heel gedoe, als u begrijpt wat ik bedoel"

Veel mensen, jong en oud, worstelen met de muis. Muiswerk is inspannend en bewegingsarm werk. Mensen zijn gebouwd om te bewegen. Onze voorouders moesten nog vluchten en vechten. Als het gevaar geweken was ontspanden zij weer. Die kunst zijn velen van ons verleerd. Zelfdruk en werkdruk plagen ons de hele dag en soms ook 's nachts. Steeds meer werk, op kantoor, op school en in de vrije tijd, is beeldschermwerk geworden. Tekstverwerken, e-mailen, chatten, gamen en surfen. Uren lijken wel minuten. Als gevolg van ononderbroken en gespannen werken ontstaan PC-gebonden aandoeningen zoals RSI en muisarm, samen met oogproblemen, nek-, schouder- en rugklachten. De onderliggende oorzaak is SOS, het stress en onbeweeglijkheid syndroom. Computerwerk is gezond werk wanneer we de lessen van de menselijke evolutie leren. De aller belangrijkste tip is afwisselen en bewegen. De tijd nemen om te herstellen. Ergo2go biedt persoonlijk ergonomisch advies, een speciaal geselecteerd assortiment ergonomische producten voor de beeldschermwerkplek.

Arbo- en ergonomische aandachtspunten

De term RSI (Repetitive Strain Injury) wordt gebruikt voor aandoeningen aan de handen, polsen, armen, nek en/of schouder die door het werk zijn ontstaan. RSI kan onder andere tot uiting komen in ontstekingen aan de zenuwen, spieren, gewrichten en pezen. Verschijnselen als carpaal-tunnelsyndroom (klachten aan de pols), tenosynovitis (ontsteking van de peesschede) en epicondylitis medialis (de tennisarm) worden vaak tot RSI gerekend. Tegenwoordig wordt voor dezelfde aandoeningen ook de term CANS (Complaints on Arm, Neck and Shoulder) of KANS (Klachten aan Arm, Schouder en Nek) gebruikt. Maar in het algemeen komt men de term RSI nog veel tegen, hetgeen de reden is dat deze term hier gebruikt wordt. RSI ontstaat niet direct in de meest ernstige vorm, maar ontwikkelt zich in een aantal fasen.

In welke mate welke risicofactor bijdraagt aan de kans op RSI is van situatie tot situatie verschillend. Er is zeker een sterke relatie tussen de risicofactor ‘werkdruk’ en het ontstaan van RSI. Tevens is in onderzoek vast komen te staan dat een succesvolle preventie van RSI zich op meerdere risicofactoren tegelijkertijd moet richten. Zowel preventief als bij klachten.

Enkele wetenswaardigheden over RSI/KANS

In 2014 was RSI/KANS verantwoordelijk voor 11% van alle verzuimdagen, en met 184.000 werknemers voor 6% van alle verzuimgevallen en kost de Nederlandse samenleving € 2.1 miljard per jaar. 

Verzuim door deze klachten duurt met 28 dagen bijna twee keer zo lang als het gemiddelde verzuim. Twintig proces duurt zelfs langer dan drie maanden. Blootstelling aan fysieke arbeidsbelasting zoals het maken van herhalende bewegingen is de laatste zes jaar niet afgenomen. Het percentage beeldschermwerkers is zelfs toegenomen van 22% naar 26%. Ruim een kwart van de beroepsbevolking heeft last van RSI klachten, variërende van beginnende klachten tot ernstige beperkingen. Het aantal beroepsziektemeldingen is de laatste jaren wel steeds verder afgenomen. Deze afname is mogelijk toe te wijzen aan preventieve maatregelen door een goed RSI-preventiebeleid, communicatie en kennisoverdracht binnen bedrijven en overheden en secundair het gebruik van ergonomische hardware en accessoires.   

Naast het overbrengen van kennis aan beeldschermwerkers is het zinvol de Arbo richtlijnen te volgen en waar nodig interventies en het liefst integraal te doen op de diverse hieronder vermelde punten; 

1. Werktaken

Bij werktaken gaat het om spreiding van verschillende taken over de dag en met voldoende individuele regelmogelijkheden. Een functie is het liefst breed en afwisselend. Dat betekent dat er behalve uitvoerende taken ook taken als werkvoorbereiding en ondersteuning in de functie zijn opgenomen of andere, liefst niet-beeldschermtaken. Ook is het aan te bevelen om zowel eenvoudige als moeilijke taken in de functie op te nemen. Verder heeft een goede functie keuzemogelijkheden in werkvolgorde, werktempo of werkmethode en contactmogelijkheden met collega’s en/of derden. Afwisseling van taken heeft in het algemeen als voordeel dat medewerkers flexibeler inzetbaar zijn in het bedrijf en dat er door de afwisseling minder kans is op eenzijdige belasting of onder belasting.

Checklist werktaken

Met deze checklist kunt u nagaan of u door uw werksituatie risico loopt gezondheidsklachten zoals RSI te krijgen. U kunt de vragen eenvoudig met ja of nee beantwoorden. Indien het antwoord op een vraag wijst op een knelpunt, is dit een aandachtspunt bij verbetering van uw werksituatie.

Uitgangspunt is dat de apparatuur zoals het beeldscherm, het toetsenbord, de muis, de stoel en het bureau technisch in goede staat zijn.

  1. Wordt het werken met het beeldscherm ten minste enkele keren per dag afgewisseld met ander werk, dat niet op de computer wordt uitgevoerd (zoals overleg, kopiëren, telefoneren)?
    Nee = verbeterpunt
  2. Heeft het werk ook onderdelen die moeilijk of uitdagend zijn?
    Nee = verbeterpunt
  3. Kunt u bij (technische) problemen hulp inroepen om zo gezamenlijk de knelpunten op te lossen?
    Nee = verbeterpunt
  4. Kunt u gemakkelijk overleggen met collega’s over het werk en ook over andere onderwerpen?
    Nee = verbeterpunt
  5. Is het voor u duidelijk wanneer u uw werk goed heeft uitgevoerd?
    Nee = verbeterpunt

2. Werktijden

RSI treedt in het algemeen pas op na gemiddeld vier uur per dag beeldschermwerk. Ook lijkt het er op dat structureel overwerk een belangrijke bijdrage aan het ontstaan van RSI levert. Voor het voorkomen van RSI zijn regelmatige en natuurlijke pauzes belangrijk. De bewegingsarmoede die optreedt bij het beeldschermwerk, kan in die pauzes doorbroken worden. Software die de pauzes aangeeft kan een ergonomisch hulpmiddel zijn om het noodzakelijk pauzeren te vergemakkelijken.

Ergonomisch advies: pas onderbrekingen toe tijdens de werkdag

Ook bij zes uur beeldschermwerk is na elke twee uur onafgebroken werken een onderbreking verplicht. Als het werk na kortere perioden dan twee uur wordt onderbroken door pauzes of ander werk en de omvang van deze onderbrekingen gelijk of groter is dan tien minuten op twee uur werk, dan vervalt de verplichting tot de onderbreking van tien minuten, omdat er geen sprake is van twee uur ononderbroken werk.

De volgende werk-rustschema’s zijn, afhankelijk van de intensiteit van het beeldschermwerk, mogelijk (NB met deze schema’s alleen wordt niet automatisch voldaan aan de zesuursgrens):

  • vijf minuten rust van elk halfuur werk;
  • vijf minuten rust van elk uur werk;
  • tien minuten rust van elk uur werk;
  • tien minuten rust van elke twee uur werk;
  • vijftien minuten rust van elke twee uur werk.

Gedrags veranderende software

Er zijn veel verschillende ”pauze”-softwareprogramma’s die het computergebruik bijhouden in gebruik. Het tijdig nemen van rust- en micropauzes is belangrijk voor de preventie van RSI. Deze pauzes helpen bij het herstelproces maar zijn best irritant, toch helpen ze wel bij bewustwording. Een korte wandeling doet vaak al wonderen, loop even naar je collega i.p.v. te mailen. Een telefoontje, loop even een rondje. Vergader staand of lopend met je collega's. Probeer één keer per uur even weg te lopen van je bureau.

Checklist werktijden

Met deze checklist kunt u nagaan of u door uw werksituatie risico loopt gezondheidsklachten zoals RSI te krijgen. U kunt de vragen eenvoudig met ja of nee beantwoorden. Indien het antwoord op een vraag wijst op een knelpunt, is dit een aandachtspunt bij verbetering van uw werksituatie.

Uitgangspunt is dat de apparatuur zoals het beeldscherm, het toetsenbord, de muis, de stoel en het bureau technisch in goede staat zijn.

  1. Werkt u enkele keren per week langer dan 6 uur per dag aan het beeldscherm?
    Ja = verbeterpunt
  2. Onderbreekt u het beeldschermwerk na maximaal 2 uur gedurende ten minste 10 minuten met ander werk of een pauze?
    Nee = verbeterpunt
  3. Neemt u tijdens intensief werk geregeld een korte (micro)pauze?
    Nee = verbeterpunt

Ergonomisch advies over werktijden?

Wil je meer ergonomisch advies als het gaat om het ergonomisch verantwoord omgaan met jouw werktijden? Neem dan contact op met een van onze ergonomisch adviseurs.  

3. Werkdruk

Werkdruk is naast een objectief gegeven, ook deels subjectief van aard. De relationele sfeer met collega’s en leidinggevenden, de aard van de medewerker (assertiviteit), de taak (deadlines, ‘jaagsystemen’, de regelmogelijkheden) en de capaciteiten van de medewerker spelen hierbij allemaal een rol. Verder spelen de gebruiksmogelijkheden en gebruiksvriendelijkheid van software (software-ergonomie) een belangrijke rol bij het ontstaan van werkdruk.

Checklist werkdruk

Met deze checklist kunt u nagaan of u door uw werksituatie risico loopt gezondheidsklachten zoals RSI te krijgen. U kunt de vragen eenvoudig met ja of nee beantwoorden. Indien het antwoord op een vraag wijst op een knelpunt, is dit een aandachtspunt bij verbetering van uw werksituatie.

Uitgangspunt is dat de apparatuur zoals het beeldscherm, het toetsenbord, de muis, de stoel en het bureau technisch in goede staat zijn.

  1. Moet u gemiddeld meer dan eenmaal per week overwerken?
    Ja = verbeterpunt
  2. Moet u enkele keren per week onder extra hoge werkdruk werken of met een extra hoog werktempo (pieken)?
    Ja = verbeterpunt
  3. Wordt uw werk regelmatig hinderlijk onderbroken door bijvoorbeeld collega’s of telefoon?
    Ja = verbeterpunt
  4. Is de software handig en efficiënt?
    Nee = verbeterpunt

Twee of meer knelpunten in dit onderdeel ‘Werkdruk’ wijst op de noodzaak verbeteringen aan te brengen.

Ergonomisch advies over werkdruk?

Wil je meer ergonomisch advies als het gaat om het ergonomisch verantwoord omgaan met werkdruk? Neem dan contact op met een van onze ergonomisch adviseurs.  

4. Werkplek 

Een slechte inrichting van de werkplek kan het werk extra belastend maken: het kan leiden tot het werken in een ongunstige werkhouding waarbij permanente aanspanning van spieren nodig is. Bij een ergonomisch goede werkplek dienen de volgende onderwerpen de aandacht te krijgen:

Beeldscherm

Het gaat hier met name om de kwaliteit en de plaatsing van het beeldscherm, bijvoorbeeld een laptop.

Gebruik uw laptop comfortabel en ergonomisch verantwoord. Hiermee wordt een comfortabele werkhouding en een juiste afstand van uw ogen ten opzichte van het scherm bereikt. Bij gebruik van een laptopverhoger adviseren wij het gebruik van een aparte muis en een ergonomisch (mini-) toetsenbord. 

Leesbaarheid en grootte van het scherm 

Houd de volgende afstanden aan in combinatie met het formaat van het beeldscherm. 

Beeldschermmaat

Optimale kijkafstand

Acceptabele kijkafstand

14 inch

50 cm

50-70 cm

15 inch

60 cm

55-75 cm

17/18 inch

70 cm

60-85 cm

21/22 inch

90 cm

75-105 cm

 
 

Verlichting

Aangezien zowel leeswerk van papier als beeldschermwerk in één ruimte wordt verricht, is het gewenst uit te gaan van normaal verlichte kantoorruimten. De meeste visuele taken kunnen verricht worden bij verlichtingssterkten van 300 tot 800 lux. Het te kiezen niveau is afhankelijk van de aanwezigheid van vensters, kleine details, zwakke contrasten, de aanwezigheid van oudere medewerkers en de verlichtingsniveaus in aangrenzende ruimten. Te veel licht wordt bij het werken met beeldschermen vaker als hinderlijk ervaren dan te weinig licht. Meestal kiest men voor een verlichtingsniveau van 350 tot 500 lux.

Men moet rekening houden met veroudering en vervuiling van de lampen en armaturen. In de loop der jaren kan de verlichtingssterkte hierdoor tot 60% van het oorspronkelijke niveau dalen.

De moderne platte beeldschermen (LCD of TFT) zijn minder gevoelig voor spiegelingshinder, waardoor de keuze voor een bepaald verlichtingssysteem minder kritisch is geworden dan voorheen.

Ruimten waar met beeldschermen gewerkt wordt, kunnen in principe op drie verschillende wijzen verlicht worden:

  • Directe verlichting: om spiegelingshinder in de beeldschermen te voorkomen wordt geadviseerd om verlichtingsarmaturen toe te passen waarbij de zijdelingse lichtuitstraling met behulp van roosters of spiegeloptieken beperkt wordt.
  • Indirecte verlichting aangevuld met werkplekverlichting is zeer geschikt voor beeldschermwerk, omdat de spiegelingshinder in beeldschermen hierbij minimaal is. Zeker bij het gebruik van grote beeldschermen met lage contrasten (kleurcontrasten), bijvoorbeeld bij CAD-werk. Bij toepassing van indirecte verlichting wordt het plafond door omhoog gerichte verlichtingsarmaturen zo gelijkmatig mogelijk aangestraald. De plafonds mogen niet te glad zijn of te veel spiegelen. Bij dit type verlichting ontstaat er een relatief licht plafond, waardoor de sfeer van de verlichting goed is. Met indirecte verlichting worden in het algemeen verlichtingsniveaus op de werkplek bereikt van 200 tot 300 lux. Aanvullende individuele werkplekverlichting is dan wel nodig. Gebruik daarvoor goede werkpleklampen.
  • Een combinatie van directe en indirecte verlichting: hierbij hangen de verlichtingsarmaturen op afstand van het plafond en stralen zowel licht uit naar boven en naar beneden. Daardoor ontstaat een algemeen verlichtingsniveau door de weerkaatsing via het plafond en directe verlichting direct onder de armaturen.

Ergonomische werkpleklamp

Op de werkplek kan het lichtniveau aangevuld worden met licht van een werkpleklamp, zoals bij indirecte verlichting.

Een goede werkpleklamp:

  • is goed verstelbaar;
  • heeft een lage warmteopbrengst (geen gloeilamp);
  • veroorzaakt geen verblinding door inkijk of spiegelingen op het beeldscherm;
    • is niet in het gezichtsveld van de medewerkers geplaatst;
    • verlicht het werkvlak gelijkmatig (geen halogeenverlichting).

Ergonomische invoermiddelen

Het gaat hier met name om toetsenborden en de muis.  

Al enige tijd zijn er flinke veranderingen binnen het software gebruik. Steeds meer worden we gedreven naar muisgebruik tijdens het computeren. Bijna alle systemen werken doormiddel van het klikken van de muis. Hierdoor wordt het gebruik van de muis minimaal 50-50 of zelfs meer ten opzichte van het toetsenbord gebruik.

Als je kijkt naar het werkzone waarbinnen we het beste kunnen werken, zonder extra spierspanning te maken, is dat even groot als het standaard traditioneel toetsenbord. Om te typen is het lekkerder als de spatie balk recht voor ons ligt, hierdoor komt het numerieke iets meer naar rechts te liggen. Nu komt de muis dus nog meer naar rechts te liggen. Voorheen was dat nog niet zo erg, omdat we bijna niet muisde en nog regelmatig het numerieke gedeelte gebruikte. Maar nu we veel meer de muis moeten, gebruiken maken we een repeterende beweging op een extra spierspanning verhogende manier, die gedwongen wordt door de grote van het toetsenbord.

Schouderklachten door muisgebruik

Ons ergonomisch advies: Door een compact toetsenbord te gebruiken zonder numeriek deel. Mensen die nog wel het numerieke gebruiken kunnen bijvoorbeeld een los numeriek deel aan de linkerkant leggen (of het Evoluent toetsenbord waar het numeriek links zit), waardoor je nog steeds binnen het werkvlak werkt en de muis op de juiste positie zit. Verder kan men ook denken aan sneltoets functies aanleren die mogelijk zijn binnen het systeem. Zodra het typen de overhand heeft ten opzichte van het muizen wordt het belangrijk dat het toetsenbord op de juiste plek staat en de stand van de handen kan verlichting geven in het nek/schouder gebied.

Klik hier voor het complete assortiment  ergonomische muizen van Ergo2go.

Klik hier voor het complete assortiment ergonomische toetsenborden.

Ergonomisch meubilair

Het werken met beeldschermen stelt eisen aan het te gebruiken meubilair. Klassieke bureaus zijn ongeschikt voor beeldschermwerk. Goede werktafels en stoelen zijn belangrijk, omdat er bij beeldschermwerk weinig variatie is in de werkhouding, waardoor er statische belasting ontstaat. Ergonomisch verantwoorde meubelen kunnen door een optimale ondersteuning deze statische belasting verminderen. Aangezien mensen onderling sterk in lichaamsafmetingen verschillen, is het nodig dat de kantoorstoel en de kantoortafel kunnen worden ingesteld of versteld afhankelijk van de lichaamsafmetingen van de gebruiker. De term verstelbaarheid betekent dat – in tegenstelling tot instelbaarheid – de medewerker zelf, zonder hulpmiddelen, in een zittende positie de instelling van het meubilair of de accessoires kan aanpassen.

Ergonomische stoel

De kantoorstoel moet ergonomisch geschikt zijn voor de medewerker. Omdat de lichaamsmaten en lichaamsverhoudingen van de gebruikers onderling sterk verschillen, moet er een aantal belangrijke verstelmogelijkheden aanwezig zijn.

De belangrijkste verstelmogelijkheden zijn:

  • De stoel is ten minste in hoogte verstelbaar tussen 41 en 53 cm (gemeten in het midden van de stoel in belaste toestand). Een groter versteltraject van 41 tot 55 cm is goed mogelijk en aan te bevelen.
  • De stoel heeft een zitdiepteverstelling (de afstand tussen rugleuning en voorzijde van de zitting) van 40 cm tot 45 cm, bij voorkeur van 40 tot 48 cm.
  • De stoel heeft een hoge rugleuning die ten minste 37 cm hoog is. Het gebied dat de lendenen ondersteunt, is in hoogte verstelbaar tussen 17 en 23 cm, bij voorkeur iets groter van 17 tot 25 cm.
  • De stoel heeft in hoogte verstelbare armsteunen. De armsteunen zijn instelbaar tussen 20 en 30 cm boven de zitting. Een ruimer hoogte-versteltraject van 20 tot 33 cm is wenselijk.
  • De afstand tussen de voorzijde van de zitting en de armsteunen bedraagt ten minste 20 cm. Deze afstand is belangrijk om de stoel goed te kunnen aanschuiven aan de tafel, zodat er niet met een bolle rug hoeft te worden gewerkt.
  • De onderlinge afstand tussen de armsteunen zal verstelbaar moeten zijn. Op deze manier kunnen de armsteunen onder de ellebogen worden geplaatst; met name is dit belangrijk om de arm die de muis bedient, te kunnen laten rusten. Een goed versteltraject is 36 cm tot 52 cm gemeten in het midden van de stoel.

Ergonomische tafel

Vanuit ergonomisch oogpunt voldoet de beeldschermtafel aan een aantal eisen:

  • het werkvlak is minimaal 120 cm breed en voldoende diep om de juiste kijkafstand bij de gebruikte maat beeldscherm te realiseren. Bij de meeste platte beeldschermen (LCD of TFT) is 80 cm diepte voldoende;
    • de hoogte van werktafels met een vaste hoogte is 74 tot 76 cm. Indien de tafel te hoog is voor de individuele gebruiker, wordt de werkopstelling met een voetensteun passend gemaakt. Relatief te lage tafels worden met hulpmiddelen hoger geplaatst. De werkhoogte voor alleen lees- en schrijfwerk ligt in het algemeen zo’n 5 cm hoger dan de werkhoogte voor beeldschermwerk;
    • de dikte van het bovenblad inclusief draagconstructie is aan de voorzijde zo dun mogelijk, maximaal 5 cm;
    • er is voldoende vrije beenruimte (ten minste 65 cm diep en 60 cm breed) en voldoende vrije voetenruimte (ten minste 80 cm diep) op de plaatsen waar men aan het beeldscherm werkt;
    • de werktafel is voorzien van een licht getint, doch niet glanzend, bovenblad.

Ergonomische accessoires

Ergonomische beeldschermverhoger

Een beeldschermverhoger wordt gebruikt om het beeldscherm op de juiste hoogte te plaatsen. Sommige beeldschermen zijn van zich zelf in hoogte verstelbaar, maar bij de meesten is dat niet het geval. De bovenrand van het zichtbare deel van het scherm moet op of iets lager dan ooghoogte staan, afhankelijk van het soort werk en de wensen van de gebruiker.

Een goede beeldschermverhoger:

  • is in verschillende stappen in- of verstelbaar (verstelbare verhoger betekent dat deze direct door de gebruiker te verstellen is, wat bij wisselwerkplekken zeker noodzakelijk is);
  • kan zodanig gebruikt worden dat het beeldscherm in de kijkhoek van de beeldschermwerker staat. Deze kijkhoek op het beeldscherm ligt tussen de 0° en 35°.

 Klik hier voor het complete assortiment monitorstandaards  of monitorarmen

Ergonomische documenthouder bij gebruik van documenten

Bij gebruik van een documenthouder (ook wel concepthouder genoemd) kan het hoofd meer rechtop gehouden worden tijdens het werk. Daarmee worden nek- en schouderklachten voorkomen. Op de documenthouder wordt het document, dat als informatiebron tijdens het typen gebruikt wordt, op de juiste hoogte en hellingshoek geplaatst. Er zijn documenthouders die naast het scherm kunnen worden geplaatst en er zijn concepthouders die tussen scherm en toetsenbord kunnen worden geplaatst, soms gecombineerd met de beeldschermverhoger. Er zijn ook documenthouders in de handel die, wanneer zij niet meer nodig zijn, gemakkelijk weggeschoven kunnen worden onder het beeldscherm.

Wensen voor een goede documenthouder zijn:

  • de documenthouder moet vrij op het werkvlak kunnen worden aangebracht;
  • het steunoppervlak van de documenthouder mag niet kleiner zijn dan de afmetingen van de daarop te plaatsen documenten;
  • de documenthouder mag niet te hoog zijn omdat anders het onderste deel van het beeldscherm wordt afgedekt en men daarom het beeldscherm weer onnodig hoog moet plaatsen;
  • de documenthouder moet stabiel staan.

Ergonomische voetensteun

Wanneer er sprake is van een te hoge werktafel (bijvoorbeeld een tafel met een vaste hoogte van 74 cm) kan een voetensteun nodig zijn om een goede instelling van stoel en een gezonde werkhouding te realiseren.

De specificaties van een goede voetensteun zijn:

  • het steunvlak is ongeveer 40 cm breed en 30 cm diep;
  • de hoogte van het steunvlak is instelbaar en ligt aan de voorzijde tussen 5 en 11 cm;
  • de hellingshoek ligt tussen 5 en 15° of de hellingshoek is instelbaar;
  • de verstellingen kunnen eenvoudig worden uitgevoerd en kunnen goed gefixeerd worden;
  • het steunvlak is slipvrij uitgevoerd.

Geluid

Beeldschermapparatuur produceert geluid: geluid van de ventilator, het gezoem van de schijven, de geluiden bij bediening van het toetsenbord en dergelijke. Meestal zijn deze geluiden zwak ten opzichte van omgevingsgeluiden. Laserprinters en inktjetprinters maken meestal zeer weinig geluid. Anders is het gesteld met bepaalde matrixprinters en plotters: metingen hebben geluidsniveaus aangegeven van 65 tot 75 dB(A). De Arboregeling geeft aan dat verstoring van de aandacht en het gesproken woord moet worden voorkomen. Een equivalent geluidsniveau van maximaal 45 dB(A) is dan toelaatbaar, gemeten in de situatie dat er op de werkplek niet wordt gesproken. Het is wenselijk om lawaaiige printers als matrixprinters of plotters in aparte ruimten te plaatsen of te voorzien van geluiddempende omkasting.

Binnenklimaat

Het klimaat in kantooromgevingen verdient ruime aandacht. De klassieke beeldschermen kunnen een niet te verwaarlozen hoeveelheid warmte afgeven van 65 tot 200 Watt, hetgeen vaak de oorzaak is van klachten over het binnenklimaat. De moderne platte beeldschermen (LCD of TFT) verbruiken heel weinig energie en geven dus ook weinig warmte af. Van belang is ook dat er een toereikende vochtigheidsgraad (ten minste 30% relatieve vochtigheid of ten minste de relatieve vochtigheid van de buitenlucht) aanwezig is.

Een individueel beïnvloedbaar klimaat verdient de voorkeur. Redenen hiervoor zijn:

  • de verschillende persoonlijke behoeften;
  • de verschillende gebouwdelen met hun eigen bouwfysica en verschillende invloeden van het buitenklimaat (bijvoorbeeld zonzijde van een gebouw);
  • het disfunctioneren van de centrale regelingen;
  • het verschil in werkzaamheden bij de werknemers.

Deze individuele instelbaarheid is te bereiken door toepassing van zelf in te stellen thermostaten per kantoorvertrek, zelf bedienbare zonwering, zelf te openen ramen, zelf te regelen ventilatie en dergelijke. Bij een groter aantal personen in een bepaalde ruimte zal de gemiddelde ontevredenheid over het klimaat per definitie toenemen.

Het is aan te bevelen in het binnenklimaat in zekere mate het buitenklimaat te volgen. In de winter kleedt men zich anders dan in de zomer. De binnentemperatuur kan daarom in de winter lager zijn.

Fijnstof

Klachten en geuroverlast in reproruimten worden vaak toegeschreven aan een teveel aan ozon. Onder bepaalde omstandigheden kan de ozonconcentratie inderdaad hoog oplopen in ruimten met printers en kopieerapparaten. Maar vaak is er meer aan de hand. Recent onderzoek heeft aangetoond dat ozon afkomstig uit kantoorapparatuur vaak al binnen enkele seconden reageert met andere chemische componenten (bijvoorbeeld stikstofdioxide), deels onder de invloed van (dag)licht. Bij deze chemische reactie kunnen onder andere aldehyden ontstaan zoals bijvoorbeeld formaldehyde. Dit zijn stoffen die al bij extreem lage concentraties kunnen leiden tot oogirritaties en luchtwegklachten.

Kopieerapparaten, faxen en laserprinters leiden op de kantoorwerkplek eerder tot klachten als er meer apparaten bij elkaar geplaatst zijn of als het een midden- of hoogvolume-apparaat betreft.

Bij een middenvolume-apparaat is plaatsing in een aparte ruimte of op een goed geventileerde gang meestal noodzakelijk. Bij een hoogvolume-apparaat zijn plaatsing in een ‘reproruimte’ en bronafzuiging nodig.

Type printer of copier

Aantallen afdrukken per maand

laagvolume

< 5000

middenvolume

5000 - 50.000

hoogvolume

> 50.000

 

Ruimte

Nen 1824:
Voor de standaardwerkplek met 1 medewerker (4 m2), 1 bureau met plat-beeldscherm (1 m2) en lees-schrijfvlak (1 m2) en 1 kast (1 m2) is dus 7 m2 nodig.

Wand en één werkplek
Minimumafstand tussen de aanzitzijde van de werktafel van één enkele werkplek en een (systeem)wand (dus indien niemand hoeft te passeren): 90 cm.

Werkplek en eigen kast
Minimumafstand tussen de aanzitzijde van de werktafel één enkele werkplek en een eigen kast (met jaloezie- of verdwijndeuren): 90 cm.

Wand en meer werkplekken naast elkaar
Minimumafstand tussen de aanzitzijde van de werktafels van meer werkplekken naast elkaar en een (systeem)wand (zodat men ongehinderd kan passeren): 120 cm.

Werkplek en kast van anderen
Minimumafstand tussen de aanzitzijde van de werktafel van één enkele werkplek en kasten (dus niet een eigen kast): 180 cm.

Twee enkele werkplekken met ruggen naar elkaar
Minimumafstand tussen de aanzitzijden van de werktafels van tweemaal één enkele werkplek met de ruggen naar elkaar: 180 cm.

Meer werkplekken naast elkaar en met ruggen naar elkaar
Minimumafstand tussen de aanzitzijden van de werktafels van twee clusters van meer dan één werkplek naast elkaar met de ruggen naar elkaar (zodat men ongehinderd kan passeren): 180 cm.

Twee kasten 
Minimumafstand tussen twee frontaal opgestelde kasten: 90 cm.

Het gebruik van de toegang (inclusief eventuele deur) mag geen hinder opleveren in de bewegingsruimte.

De breedte van doorgangen in een kantoorvertrek moet minimaal 60 cm bedragen. Indien regelmatig personen elkaar moeten passeren, moet deze breedte minimaal 90 cm bedragen. Indien de doorgang als looproute wordt gebruikt, moet de minimale breedte 120 cm bedragen.

  • Voor een enkelvoudige vluchtroute – binnen één ruimte naar een nooddeur – is 60 cm vrije breedte noodzakelijk, gerekend over de gehele lengte van de vluchtroute. Voor een meervoudige vluchtweg naar een gezamenlijke nooddeur is 120 cm vrije breedte noodzakelijk, gerekend over de gehele lengte van de vluchtroute.

    Voor een nooddeur is 1 m2 vrije ruimte noodzakelijk.

    Een vluchtroute moet voldoen aan de eisen van de vigerende bouwregelgeving m.b.t. maatvoering en brandveiligheid.

Naast de mogelijkheden om de werkplek ergonomisch goed af te stellen op de eigenschappen van de medewerker en de eisen van het werk, is het daadwerkelijk juiste gebruik van de werkplek en de instelmogelijkheden van belang.

 

Checklist werkplek

 

Met deze checklist kunt u nagaan of u door uw werksituatie risico loopt gezondheidsklachten zoals RSI te krijgen. U kunt de vragen eenvoudig met ja of nee beantwoorden. Indien het antwoord op een vraag wijst op een knelpunt, is dit een aandachtspunt bij verbetering van uw werksituatie.

Uitgangspunt is dat de apparatuur zoals het beeldscherm, het toetsenbord, de muis, de stoel en het bureau technisch in goede staat zijn.

  1. Staat het beeldscherm recht voor u?
    Nee = verbeterpunt
  2. Staat de bovenzijde van het beeldscherm (overgang tussen glas en kast) ongeveer op of iets onder ooghoogte?
    Nee = verbeterpunt
  3. Staat het beeldscherm ongeveer op armlengte (gestrekte arm) van uw lichaam?
    Nee = verbeterpunt
  4. Heeft u een moderne kantoorstoel waarvan de rugleuning goede steun in de onderrug geeft en de armsteunen in hoogte en breedte verstelbaar zijn?
    Nee = verbeterpunt
  5. Is de hoogte van uw werktafel zodanig ingesteld dat u met afhangende en ontspannen schouders kunt werken en dat de hoek tussen onderarm en bovenarm ongeveer 90 graden is?
    Nee = verbeterpunt
  6. Is er voor uw benen voldoende ruimte onder het werkvlak zodat de benen bij het gaan zitten, het aanschuiven en het opstaan nergens tegenaan stoten?
    Nee = verbeterpunt
  7. Is het werkblad inclusief draagconstructie aan de voorzijde dikker dan 5 cm?
    Ja = verbeterpunt
  8. Als u veel overtypt van documenten, is er dan een voldoende grote en stabiele documenthouder beschikbaar?
    Nee = verbeterpunt
    Mogelijk is dit punt niet van toepassing.
  9. Kijkt u rechtstreeks naar de lucht als u over of langs het beeldscherm in de verte kijkt?
    Ja = verbeterpunt
  10. Is er voor alle ramen goede, instelbare zonwering aanwezig die het licht voldoende tegenhoudt?
    Nee = verbeterpunt

Drie of meer verbeterpunten in dit onderdeel ‘Werkplek’ wijst op de noodzaak verbeteringen aan te brengen.

Meer ergonomisch advies over werkplekken? 

Meer weten over het ergonomisch verantwoord inrichten en gebruiken van je werkplek? Neem contact op met een van onze ergonomisch adviseurs. 

5. Werkwijze 

Het werkgedrag van de medewerkers speelt een belangrijke rol: gebruikt de medewerker zijn pauzes, wisselt hij of zij (indien het werk dit toelaat) het werk af, gebruikt hij of zij zijn hulpmiddelen zoals deze zijn bedoeld, heeft de medewerker voldoende beweging op en naast het werk? De medewerker kan zelf bepalen of deze zijn of haar werkzaamheden op de minst belastende manier uitvoert.

 

Voorlichting

Medewerkers dienen voorlichting te krijgen over beeldschermwerk en de daaraan verbonden gezondheidsrisico’s. Deze verplichting is opgenomen in de Arbowet artikel 8 in algemene zin en specifiek in artikel 5.5 van het Arbobesluit. Een goede beeldschermvoorlichting bestaat ten minste uit de volgende onderdelen:

  • uitleg over de gezondheidsklachten die kunnen ontstaan door beeldschermwerk;
  • uitleg over de oorzaken die ten grondslag liggen aan de gezondheidsklachten, ingedeeld naar de subcategorieën: werktijden, werktaken, werkdruk, werkplek en werkwijze;
  • uitleg over wat de medewerker zelf kan doen aan afwisseling, omgaan met werkdruk, nemen van beweging enzovoort;
  • uitleg over de manier waarop de werkplek moet worden ingericht, ingesteld en gebruikt;
  • uitleg over de hulpmiddelen die nodig zijn en over de manier waarop deze gebruikt moeten worden.

Voorlichting en training kunnen worden uitgevoerd door externe deskundigen, maar eventueel ook door deskundige interne medewerkers die zijn opgeleid tot bijvoorbeeld RSI-consulent of coach gezond beeldschermwerk.

Wanneer de voorlichting en training eenmaal zijn gegeven, is het van belang om dit na enkele jaren te herhalen. Ook is het belangrijk om nieuwe medewerkers direct na indiensttreding de voorlichting en training te geven. Een andere actie is het bewaken van de adviezen: iemand in de eigen organisatie zou medewerkers kunnen aanspreken op het juiste gebruik van hulpmiddelen, de juiste werkplekinstelling en de juiste werkwijze.

Checklist werkwijze

Met deze checklist kunt u nagaan of u door uw werksituatie risico loopt gezondheidsklachten zoals RSI te krijgen. U kunt de vragen eenvoudig met ja of nee beantwoorden. Indien het antwoord op een vraag wijst op een knelpunt, is dit een aandachtspunt bij verbetering van uw werksituatie.

Uitgangspunt is dat de apparatuur zoals het beeldscherm, het toetsenbord, de muis, de stoel en het bureau technisch in goede staat zijn.

  1. Werkt u langer dan 2 uur per dag aan een laptopcomputer op een vaste werkplek?
    Ja = verbeterpunt
  2. Steunt u de armen tijdens het werk geregeld op de armsteunen (ongeveer even hoog als het bureau) of op het bureaublad?
    Nee = verbeterpunt
  3. Zijn tijdens het typen en het muizen uw polsen min of meer recht?
    Nee = verbeterpunt
  4. Wisselt u regelmatig van werkhouding?
    Nee = verbeterpunt
  5. Werkt u op een ontspannen manier waarbij het aanspannen van de schouders en/of vingers wordt vermeden?
    Nee = verbeterpunt
  6. Worden er geregeld enkele rek- en strekoefeningen uitgevoerd voor een goede doorbloeding van de schouders en armen?
    Nee = verbeterpunt
  7. Is uw (lees)bril geschikt bevonden voor beeldschermwerk?
    Nee = verbeterpunt
    Mogelijk is dit punt niet van toepassing.

Twee of meer knelpunten in dit onderdeel ‘Werkwijze’ wijst op de noodzaak verbeteringen aan te brengen

Meer ergonomisch advies over de werkwijze op kantoor?

Onze ergonomisch adviseurs staan je graag te woord als het gaat om het geven van advies over de werkwijze bij jou op kantoor. Wij komen ook graag voorlichting geven op kantoor om op deze manier ergonomisch advies te geven over de meest verantwoorde werkwijze! 

 

Neem regelmatig micropauzes

RSI-klachten ontstaan al wanneer de spieren onder een geringe, maar wel voortdurende spanning staan. Die geringen spanning vermindert de doorbloeding van de weefsels. Verminderde doorbloeding vermindert het herstelvermogen van het lichaam en dat bevordert klachten, zoals muisarm, maar ook vermoeidheid. Tijdens micropauzes wordt de aandacht van het hoofd en het beeldscherm gedurende een paarseconden verplaatst naar het lichaam, en vooral naar de schouders, de handen en de ademhaling. De spanning die je dan voelt kan door het richten van de aandacht bewust worden losgelaten. In die paar seconden tijd wordt de spanning van de spieren verlaagd en de doorbloeding hersteld. Micropauzeren is de meest effectieve manier om RSI te voorkomen. Laat bijvoobeeld regelmatig de handen in de schoot vallen en werk daarna weer verder.

 

Zorg voor optimale ergonomie, maak 'grote bewegingen', bijvoorbeeld elk uur

Pas de werkomgeving aan in plaats van uzelf aan te passen aan de werkomgeving. Computerwerk is statisch werk. Maar toch kan, zittend op de stoel, de beweegheid wordenvergroot wanneer de benen voldoende bewegingsruimte hebben. Ook rek- en strekoefeningen kunnen zittent op de stoel worden uitgevoerd. het is nog gezonder om bijvoorbeeld elk halfuur op te staan voor het maken van een grote beweeging. Een paar minuten doet al wonderen voor lichaam en geest. Voor de mobiele werkplek is het ook belangrijk om te kijken om de flexwerkplek ergonomisch in te richten. Dit kunt u gemakkelijk doen door een laptopstandaard en een los toetsenbord te gebruiken. In de wet staat dat laptops verboden zijn. Volgens artikel 5.1f van de arbeidsregeling(ArboWet) mag het toetsenbord en het beeldscherm niet uit een geheel bestaan. De link van de ArboWet kunt u doorsturen naar uw werkgever. Deze heeft de plicht om te zorgen dat u met een laptop ergonomisch verantwoord kunt werken. Voor slechts € 49,- heeft u bij Erg2go al een complete ergonomisch mobiele laptopset. Voor dit bescheiden bedrag en kleine werk aanpassing voorkomt u die vervelende schouder, nek en rugklachten. 

 
BackTop